DIEDERIK II — DOORNIK 589
Diederik. II, aartsbisschop van Trier, ontvangt van paus Gregorius IX zijneStatuten en die van Annibaldus over de kettervervolging, om die streng toe tepassen en aan zijne suffraganen mede te deelen (1231), 76, 80 ; — lioudt eenesynode te Trier, waarin ketters onderzocht worden, waarvan vier verbrand(1231), 81, 82 ; — ontvangt van paus Gregorius IV eene bul over het regelen derkettervervolging (1233), 93, 94 ; — houdt te Trier een provinciaal concilie overhet vervolgen der ketters (1238), 111.
Dirsmude, uit die stad komen ongeveer 60 Geeselaars naar Doornik afgezakt(1349), 193.
Dominious Guilhelmus, priester van Ivoy, wordt als ketter door den bisschopvan Trier vervolgd en ontsnapt (1112), 18-22.
Doornik (stad en bisJom). Mehaus (Mathilde) Billarde wordt er wegens laste-ring tegen de Moeder Gods streng gestraft (1275), 139, 140 ; — bisschoppelijkeStatuten in de Romaansche moedertaal tegen de ketters en de duivelskunstenaars,die alle veertien dagen door de pastoors op den predikstoel moeten afgekondigdworden (13 e eeuw), 149 ;—paus Jobannes XXII, terugkeerende op de afschaf-fing der Begijnen door zijnen voorzaat Clemens V, gelast den bisschop vanDoornik om een onderzoek in te stellen over het gedrag dier godvruchtige zustersin zijn geestelijk gebied en om ze tegen al hunne vervolgers te beschermen, zoo't blijkt dat zij vrij zijn van alle ketterij (1320), 170, 171; — dit onderzoekgesehiedt ten gunste der Begijnen van Brügge, Aardenburg, Damme en Gent(1328), 178-181; — de bisschop herhaalt de Statuten der I3 e eeuw tegen de kettersen duivelskunstenaars, die in de moedertaal door de pastoors alle veertien dagenmoeten afgekondigd worden (1341), 189 ; — de secte der Geeselaars, bestaande uitbenden van beider kunne afkomstig uit allerlei plaatsen, woedt er op eene ver-schikkelijke wijze (1349-1350), 190-193; — een predikheer, die met 90 LuikscheGeeselaars aangekomen was, predikt er een kettersch sermoen (1349), 191, 192;— ongeveer 565 Doorniksche Geeselaars gaan naar Rijsel (1349), 192, 193 ; —namens den magistraat, den bisschop, den Franschen koning en den paus wordtde secte der Geeselaars verboden (1350), 193 ; — de bisschoppelijke rechters ver-volgen ketters te Rijsel met den inquisiteur Pieter Floure (1411), 279, 280 ; —de bisschop veroordeelt met denzelfden inquisiteur den lakenwever Pieter douPret, die verbrand wordt (1416), 281; — de bisschop veroordeelt als ketter GillisMersault, die aldaar verbrand wordt (1423), 301;—de Bretonsche karmelietThomas Conecte predikt verdachte sermoenen (1428), 307-310 ; — Jacob de Bla-haries aldaar bepredikt en verbrand (1428), 310; — beprediking van ketters enketterinneti uit de kasselrijen Rijsel en Orchies, waarvan twee aldaar verbrand(1430), 312 ; — de bisschop veroordeelt met den inquisiteur enkele ketters, die teRijsel verbrand worden (1448), 327; — de vicarissen-generaal raadplegen denKamerijkschen deken Gillis Carlier over verdachte sermoenen door twee minder-broeders te Gent gepredikt, waarvan de eene door 't geestelijk hof te Doornikveroordeeld wordt (1448), 327-329 ; — de barbier Geeraard Robin wegens gods-lastering veroordeeld door den magistraat, gemijterd, aan de kaak gesteld, detong doorboord en hijzelve tweemaal levenslang gebannen (1457), 336 ; — vijfgevangene ketters van Gent naar 't geestelijk hof van Doornik gezonden (1458),337 ; — de kanunnik Jan Tinctoris schrijft er eene vörhandeling tegen de Wal-denzen (1460), 357-360, 361; — enkele Waldenzen aldaar aangehouden (1460),