Druckschrift 
1 (1889) 1025-1520
Entstehung
Seite
514
Einzelbild herunterladen
 

514 ANNO 1517

premiere fois qu'il en seroit attaint, d'une amende pecuniaire, selon sa qualite etä la discretion des juges, laquele noiis voulons estro distribuee en trois parties,l'une pour Dieu et en aulmones, l'autre au proufflct de l'accusateur, et la troi-sieme au proufict de l'officier qui en fera la calengue ou execution. Pour laseconde fois, d'estre publiquement pillorise ou esschauffauldre, et avoir la languepersee. Et pour la troisieme fois, d'estre batu et fustigue de verges par les quare-fours des villes et lieux ou le cas adviendra, et apres banny a tousjours, ä peinede la hart et sans rappel. Procedant et faisant proeeder contre les transgresseurset delinquans par les dictes peines rigoureusement et sans port, faveur oudissimulation, car " ainsy nous plaist-il et de ce faire vous donnons povoir,authoritä et mandement especial.

Donnö en nostre ville de Bruxelles, le dernier jour de novembre, l'an mil cinqcens et dix sept. Soubz estoit escrit : Par le Roy en son Conseil. Et signi:Hanneton.

Placcaeten van Viaenderen, deel I, blz. 37. — Dit stuk en hetvolgende van 1519. (zie verder ons n 1 435) zijn, als het -wäre,de eerste bedeesde stappen op dit gebied van dengene, dielater als keizer Karel V de ketters der Nederlanden in zijnecdicten zoo vastberaden en streng behandelde. — Dit plakkaatstemt nagenoeg overeen met hetgeen de Gentsche rechtsge-leerde Philips Wielant, lid van den Grooten Raad vanMechelen, omstreeks 1515 in zijne Practijche Criminele(uitgave der Vlaamsche Bibliophilen, Gent 1872, blz. 83)neerschreef: « Blasphemie jegens Gode is naer de gescrevencivilen rechte lijvelijch te punierene; ende men verstaetblasphemie, alsmen met een opgesetten wille quaet spreectvanden almuegenden God, die ons geschapen ende gemaecthecft ende daervan onsen wesen ende welvaert hebben. Etsi quis consuetudine tenderit in hujusmodi delictum, optimojure venu ad mortem condempnatus; si tarnen (semel) autbis solum perpetravcrit, prospecta hominis consuetudine

vivendi, alia mxdla venu puniendus .....Blasphemie gespro-

ken der Moeder Gods is te punierene arbitrarelijc in de tongeoft andersins, ter discretie vanden juge; zoe is ooe de blas-phemie gedaen Gods heijlighen. Naer coustume wordenzulcke blasphematuers geset in pillorij ende huerlieder tongedoorsteken met eenen ijsere al geloijende, ende daer naergebannon oft gepuniert, soe dat de Statuten daerop geordo-neert mentie maken. » — Over Wielant en zijne PractijcheCriminele, zie Ferd. Vander Haoghen, Arnold en VandenBerghe's Bibliotheca Belyica.

432.

1511, Oudenaarcle. Uittreksel uit de rekeningen van den baljuwvan Oudenaarde over het betaalde aan den beul ter gelegenheid der