KETTERS EN KETTERIJEN xxxt
relapsi, 202-203 en 224, heeft de hem door den inqui-siteur-generaal opgelegde straf niet volbracht, 198 en224; heeft een tijdlang te Wittenberg, Bremen en eidersin Deutschland verbleven en is vervolgens naar Antwer-pen gekomen, 198-201 en 224 ; doet aldaar eenen briefdrukken gericht tot den magistraat van Dordrecht, eneenen tweeden voor de gemeente van die stad, 198 en224; komt daarop naar Dordrecht, waar hij die boekjesuitdeelt, 199, 202 en 224 ; trekt zijne vroeger gedaneherroeping in, 199-200, 203 en 224; wordt door denschout van Dordrecht gevangengenomen, 202-203 en224, en een onderzoek wordt aldaar tegen hem begonnendoor den griffier van het Hof van Holland, 198-201,202-203, 209-210 en 310; wordt overgebracht vanDordrecht naar de Voorpoort in Den Haag, 212 en224; wordt onderzocht door commissarissen van hetHof van Holland in het bijzijn van den deken van Naald-wijk, gesubdelegeerde van den inquisiteur-generaal, 224 ;volhardt in zijne dwalingen, 225; het Hof stelt aan deLandvoogdes voor hem op een slot gevangen te leggen,225; stukken betreffende zijn geding, 290 en 314; hetHof van Holland vraagt verdere instrueties aan den inqui-siteur-generaal te Leuven, aan den stadhouder van Hol-land en anderen, 378-379; de Landvoogdes belast dendeken van Naaldwijk met zijn geding, 232; nieuweondervragingen, waarbij hij in zijne dwalingen volhardt,322-323; het Hof, hierin gesteund door den deken vanNaaldwijk, hernieuwt zijn voorstel tot opsluiting, 323 ;ligt in het geheel 329 dagen gevangen in de giool van deVoorpoort in Den Haag, tot op den dag dat hij door deGelderschen werd verlost (3 April 1527 — 11 Maart1528), 387.1528. Peter Janszoen te Amsterdam veroordeeld tot eene bede-vaart wegens storing der mis en het bedreigen van eenenpriester, 328-329.
— Brecht, de vrouw van Barend die Guldenberch, gehoord,
227; te Amsterdam veroordeeld tot eene boete wegenshet houden van conventiculen in haar huis, 329.
— Trijn, deweduwe van Hendrik Lambertszoen, en Clap op
Grietje, te Amsterdam veroordeeld, de eerste tot eene