KAMPEN — KAREL IV 357
boetedoening en levenslange opsluiting in een klooster (12 Juni 1411), I,267-279; — Jacob Toriel, ketter (van Doornik?), zit er gevangen en staater vöör liet geestelijk hof terecht (Mei 1427), III, 72; — de Bretonschekarmeliet Thomas Conecte predikt er verdachte sermoenen (1428), I, 309;— Johanna de Mons, van Valencijn, die te Kamerijk onder verdenkingvan ketterij gekerkerd was en zieh vöör den afloop van haar proces verhing,wordt door bisschop Jan en den inquisiteur Simon de Lande als ketterschveroordeeld, haar lijk wordt niet begraven en hare goederen worden ver-beurdverklaard (143Ü), I, 318; — Bertrand Parent van Bergen staat wegensketterij en godslastering vöör het geestelijk hof aldaar terecht (vöör 24 Mei1447), I, 325; — de ketter Jacob Acarin van Chaussöe-Notre-Dame wordtte Kamerijk door den bisschop Jan van Bourgondie en den inquisiteur Jande l'Abbaye veroordeeld tot eene beprediking aldaar en te Zinnik, drie jaargevangenschap op water en brood en andere boetedoening (3 Juli 1451),I, 330-333; — Jennin, van Inchy, wegens ketterij en omgang met den duiveldoor het geestelijk hof aldaar veroordeeld tot eene beprediking en hetdragen van een kruis op zijn kleed, maar daarna als hervallen ketter ver-brand (c. Juni 1460), I, 356-357; — Denijs Soncaine, minderbroeder van hetklooster dezer stad, wordt er vöör het geestelijk hof vervolgd wegens tweeverdachte sermoenen, door hem te Valencijn gepredikt, en moet die, nadatze door den deken Gillis Carlier kettersch werden bevonden, op bevelvan de vicarissen-generaal van Kamerijk openbaar te Valencijn herroepen(25 Aug. 1463 en later), I, 398-409; — een minderbroeder predikt er eenverdacht sermoen (4 April 1466), I, 412-413; II, 391, en herroept het open-baar, I, 419-422; — de deken Gillis Carlier raadt tot het vervolgen vande personen, die aldaar een Christusbeeld hebben afgeworpen (vöör 23 Nov.1472), I, 427-428; — Johanna Potiere, eene bezetene kloosterzuster van LeQuesnoy, wordt naar Kamerijk gevoerd, in het bisschoppelijk hof onder-zochtj bepredikt en tot levenslange gevangenschap veroordeeld (23 Sept.1491), I, 483486; II, 392.
Kampen, in de heerlijkheid Overijsel. De Dordrechtsche augustijn Bartho-lomaeus (of Bertholdus) predikt aldaar drie kettersche sermoenen, waaromhij door Geert Groote, Keynkamp en anderen wordt vervolgd en door hetbisschoppelijk hof tot herroeping veroordeeld, terwijl schepenen van Kam-pen het voor hem opnemen (c. 1380), I, 239-249; — aldaar woont de ketter-sche heelmeester Gerbrand (c. 1380), I, 248.
Earel IV, keizer, begünstigt de Inquisitie en beveelt aan al de geestelijkeen wereldlijke overheden der Duitsche landen de Beggarden, Begijnen,enz. te vervolgen (9 Juni 1369), I, 208-210; — vaardigt eene wet uit overhet vervolgen der kettersche Beggarden en Begijnen door de inquisiteursin de Duitsche landen (10 Juni 1369), I, 210-214; — geeft aan de inquisi-teurs "Walter Kerling en Lodewijk de Caliga onderrichtingen over het uit-roeien van de kettersche Schriften in de volkstaal (17 Juni 1369), I, 214-217;— vaardigt eene wet uit over het gebruik der verbeurdverklaarde goederender Beggarden en Begijnen in de Duitsche landen (17 Juni 1369), I, 218-221; II, 391; — zijne regeling van het gebruik van de verbeurdverklaardegoederen der kettersche Beggarden en Begijnen in de Duitsche landen wordt