Druckschrift 
3 (1906) 1236-1513
Entstehung
Seite
311
Einzelbild herunterladen
 

GREGORIUS XI — GRONINGEN 311

Gregorius XI, paus, keurt de wet goed van 18 Juni 1369, waarbij keizerKarel IV het gebruik der verbeurdverklaarde goederen der Beggarden enBegijnen in de Duitsche landen geregeld had (7 Juni 1371), I, 221-222; —beveelt de aanstelling van vijf inquisiteurs uit de predikheerenorde voorde geestelijke gebieden van Mainz, Keulen, Utrecht, Salzburg, Maagdenburgen Bremen (23 Juli 1372), I, 222-224; II, 196; — beveelt aan Jan van Arkel,bisschop van Utrecht, de inquisiteurs van zijn bisdom aan (na 23 Juli 1372),III, 39-40; — stelt den predikheer Jan de Boland als inquisiteur over debisdommen Trier, Keulen en Luik aan (vöör 17 Febr. 1373), I, 226-227; —geeft onderrichtingen aan de inquisiteurs van Prankrijk omtrent de berouw-hebbende ketters en roept de Pransche en Nederlandsche vorsten ter uit-roeiing der ketterij op (1373), I, 228; — beveelt een onderzoek naar ver-dachte secten in Duitschland, Viaanderen en Brabant (7 April 1374), I, 228,231; — gelast den bisschop van Utrecht met een onderzoek aangaande deBrocders en Zusters van het gemeene leven (waarschijnlijk c. 7 April 1374),II, 190, 191; — gccft onderrichtingen aan de inquisiteurs in de Duitschelanden over het opsporen der kettersche volksboeken (22 April 1376), I,236-237; — neemt zekere verdachte secten tegen de prelaten en inquisiteursvan Duitschland, Brabant en Viaanderen, die hen ten onrechte vervolgen,onder zijne bescherming (2 Dec. 1377), I, 237-238.

Gregorius Nicolle (Nicolai), kanunnik en offlciaal van Kamerijk, schrijft metCarlier aan de vicarissen-generaal van Atrecht zijn oordeel over DenisetteGreniere en Jan Lavite, te Atrecht als "Waldenzen vervolgd (vöör 9 Mei1460), I; 348-350; — door paus Pius II wordt hij met drie andere god-geleerden uitsluitend met de vervolging der Waldenzen van Atrecht gelast(na 14 Aug. 1460), I, 376-377, 378; — op last van paus Pius II onderzoekthij met Gillis Carlier den veroordeelden Waldens Hotin Loys van Atrechten spreekt hem vrij (c. Sept. 1461), I 394, 395.

Gremper (Johannes). Zie Jan Gremper.

Grenee (Pierre). Zie Pietbr Grenee.

Greniere (Denisette). Zie Denisette Greniere.

Griaume (Guillermus). Zie "Willem Griaüme.

Griaume (Thomas). Zie Thomas Griaume.

Grieksch ridder, door den inquisiteur Jan le Vasseur te St. Omaars alsketter aangehouden en door den offlciaal van Terenburg tot herroepingveroordeeld (17 Sept. 1484), III, 139-140.

Griette (Jehenne). Zie Johanna Griette.

Grifus (L.), pauselijk ambtenaar (18 Pebr. 1483), III, 131.

Gringaude of la Gringaulde (Catharina of Catron). Zie Catharina Fourmette.

Groningen (stad). Twee predikheeren van Bremen, welke in het land vanGroningen eene kruisvaart tegen de Stedingers preeken, brengen den klui-zenaar van Stitswerd, die daartegen opkwam, gevankelijk naar Groningenen doen er hem als ketter veroordeelen (1235), I, 102-103; — de predikheerMatthaeus Grabow vat er vermoedens op tegen de Broeders en Zusters van