Druckschrift 
3 (1906) 1236-1513
Entstehung
Seite
255
Einzelbild herunterladen
 

BEGHUINNB DB DOUB — BEGIJNBN 255

(9 Juni 1369), I, 208-210; — keizer Karel IV regelt de vervolging van deBeggarden en Begijnen in de Duitsche landen door de inquisiteurs (10 Juni1369), I, 210-214; — keizer Karel IV beveelt den inquisiteurs de uitroeiingder kettersche Schriften in de volkstaal, o. a. van Beggarden en Begijnen(17 Juni 1369), I, 214-217; — keizer Karel IV regelt het gebruik van deverbeurdverklaarde goederen der Beggarden en Begijnen (17 Juni 1369), I,218-221; II, 391; — paus Gregorius IX keurt die regeling goed (9 Juni1371), I, 221-222; II, 391; — Holland, Brabant en andere gewesten door dieketters verpest (1372), I, 224-225; — Beguardi sive Beguini woeden in Frank-rijk en in de Nederlanden (1373), I, 228; — de inquisiteur Jan de Bolandwordt door keizer Karel IV krachtig tegen de Beggarden en Begijnenondersteund (17 Febr. 1373), I, 225-228; — de door paus Clemens V veroor-deelde kottersclie Beggarden en Begijnen hebben niets gemeens met deBroeders en Zusters van het gemeene leven (vöör 1384), II, 150-152; —Gcert Groote en zijne aanhangers door de siechte geestelijkheid gescholdenvoor Beggarden, Lollarden en Begijnen (c. 1384), III, 46; — voorschriftenvoor den inquisiteur aangaande het vervolgen van Lollarden, Beggarden,Begijnen en Zusters te Utrecht, Renen en omstreken (c. 1393 ot 1394), II,153, 155-156; — smeekschrift van eenen Duitschen(?) onbekende ten voor-decle der Beggarden en Begijnen gericht tot paus Bonifacius IX, die hetgoedkeurt (vöör en met 7 Jan. 1394), I, 253-254; — paus Bonifacius IXlaat door de kerkprelaten van Duitschland, Brabant en Viaanderen eenonderzoek insteilen naar de zeden en het geloof van Beggarden en Begijnen(7 Jan. 1394), I, 254-256; — paus Bonifacius IX laat de Beggarden, Lollar-den en Zusters opnieuw aan de Inquisitie over (31 Jan. 1396), I, 256-257;— de naam Beghardi aan de Broeders van het gemeene leven gegeven dooreenige voorname godgeleerden der provincie Keulen, in een gunstig oor-deel (1398); commentaar van Mosheim daarover, II, 176, 180-181; — com-mentaren en polemische strijd over de bullen van Clemens V (Nov. 13111,Johannes XXII (31 Dec. 1320) en van andere pausen aangaande de Beggardenen Begijnen, ter gelegenheid der Broederschap van Geert Groote, II, 150-152, 161-166, 167-169, 169-172, 173-176, 179-180; — Begardi et Begarde (c. 1400),II, 188; — Gerson spreekt van Begardi et Beguttae ter gelegenheid derBroeders cn Zusters van het gemeene leven (3 April 1418), II, 224;— deBegardi, veroordeeld op het Algemeen Concilie van Vienne (Nov. 1311)•worden vermeld in eene acte van 12 April 1418 als nog niet uitgeroeid, II,204-207.

Beghuinne de Doue. Zie Margaretha lb Drue.

Begijnen (Beginae, Beguttae), worden door Urbanus IV in het bisdom Luikin bescherming genomen (7 Juli 1262), I, 132; — worden door Jan I, hertogvan Brabant, te Antwerpen en op andere plaatsen in zijne landen in bescher-ming genomen (Dec. 1285), I, 146; — de Henegouwsehe begijn MargarethaPorete wordt herhaaldelijk vervolgd (reeds vöör 1305) en eindelijk te Parijskettersch bevonden (9 Mei 1310), veroordeeld (31 Mei 1310) en verbrand(1 Juni 1310). I, 155-160; II, 64-65, 391; — paus Clemens V vaardigt, met degoedkeuring van het Algemeen Concilie van Vienne, Statuten uit, waarbij deBegijnenorde afgeschaft wordt, alsmede andere Statuten, waarbij de ketterijen