250 AUVBLAIS — BALLINGSCHAP
Auvelais (Auveloys), in het graafschap Namen. Twee vrouwen van de secteder Waldenzen gevangen en gebannen (1510-1512), I, 500.
Auvergne (Johanna d'). Zie Johanna Dauveegne.
Avesnes (Guido van). Zie Guido van Avesnes.
Avignon. Broeder Johannes du Payt, doctor in de godgeleerdheid van deParijsche Faculteit, houdt aldaar een plechtig sermoen tegen de Gecselaars,in tegenwoordigheid van Clemens VI en het H. College en smeekt denpaus, in naam van den koning van Frankrijk en van de Faculteit, de secteuit te roeien (5 Oct. 1349), III, 28-38, 178.
Bachardi. Zie Beggarden.
Baert (Adrien). Zie Adriaan Baert.
Baggardi. Zie Beggardi.
Baiguine. Zie Margaretha le Drue.
Baiige (Michel). Zie Michiel Bailge.
Bailleul. Zie Belle.
Baillceul (Jacques de). Zie Jacob de Baillceul.
Baillon (Jehan de). Zie Jan de Baillon.
Bailly (Gilles). Zie Gillis Bailly.
Baioca. Zie Bayeux (bisdom).
Bairy (Jennin de). Zie Jan de Vavry.
Ballingschap in zake van ketterij en godslastering. Aanhangcrs van Lam-bert le Begue gebannen uit het bisdom Luik (c. 1175-1177), II, 12-18;Mathilde Billarde te Doornik voor eön jaar (1 April 1270), I, 139-110; II,301; — de verzoende ketter Jacob Cleriei te Doornik uit het bisdom, daar-enboven tot eenjarige gevangenschap verwezen (3 Sept. 1355), II, 142-143;— de magistraat van Maastricht bepaalt een jaar ballingschap voor deDansers, die zijne verordeningen overtreden (18 Nov. 1374), III, 44; —Meulin Heerbrecht te Ieperen, voor tien jaar uit Viaanderen (7 Febr. 1375),III, 45; — Hannin Roey te Ieperen, voor twee jaar uit Viaanderen (5 Oct.1390), III, 48; — broeder Thoenken te Brüssel gebannen uit Brabant (1411),II, 198; — de verzoende ketter Nicolaas Serrurier te Constanz, uit de bis-dommen Doornik en Kamerijk zijn leven lang en uit het bisdom Parijsgedurende tien jaar (12 April 1418), II, 205, 209; — de verzoende ketterMatthaeus Grabow te Constanz levenslang uit de geestelijke provincie Keulenen vooral uit het bisdom Utrecht (31 Mei 1419), II, 225-226; — "WattierQuaret levenslang te Doornik (25 Mei 1420), I, 298; — Jacob de Bleharieste Doornik (1423), III, Ö3-64; — Frederik Frederikszoon te Utrecht voorvijf jaar uit de stad (1426), I, 304-305; — Bartraet, de vrouw van GerijtWenerszoon, Lijsbct vander Meern, zuster Rutgher en zuster Jutte, te