VERBETERINGEN EN AANVULLINGEN 177
Deel I, stuk tfi 299, blz. 258.
Regel 10 moet men lezen « Op Zondag, SO April 1458, 4 wehen na Paschen «in plaats van : « Op Zondag, 2 April 1458 ».
Deel I, stuk w 336, blz. 412, en stuh n>" 343, blz. 421.
In den körten inhoud van dezo twee stukken moet men lezen : « GoedenVrijdag (27 Maart U67). »
Deel I, stuk nr 349, blz. 42S.
Dit stuk, opgenomen met den datum Vöör November 1472, kan teruggebraehtworden op Vöör 1454, Maart 28. (Zie Van Dooren, Inventaire des archives deMalines, deel I, blz. 129, n r 191.) Het kerkelijk interdict was te Mechelen uit-gesproken geworden, omdat de magistraat eenen klerk veroordeeld en terdood gebracht had. — Over Johannes Leonis (of Jan de Leeuw), zie de But,Rapiarium (bij Kervyn, Chroniques relatives aux ducs de Bourgogne, Texteslatins, deel I, blz. 318) en van Dooren, Inventaire, deel III, 134 en 214. Zie ookBrandt, Historie der Reformatie (Amsterdam 1671), deel I, blz. 52.
Deel I, stuk nr 370Ws, blz. S2S.
Cannaert heeft « Pieter Vranccc » gelezen. De naam is inderdaad moeilijk teontcijferen, maar moet eigenlijk « Pieter Renuyt » zijn. (Gentsch Stadsarchief,Ballincbouc, op den datum iij Februarii Ixxx.)
Deel II, stukken n™ 106 (236^) en 114 (2428).
Men vergelijke de beschuldigingen van den inquisiteur met den « Regel der"Windesheimsche Vrouwenkloosters », uitgegeven door D r J. H. Gallöe,Middeleeuwsche Kloosterregels, in Acquoy en Rogge, Archief voor Neder-landsche Kerhgeschiedenis, deel IV, blz. 250-322.
Deel II, nr 191, blz. SOS.
De aanteekening, bij dit stuk gevoegd, zegt : « De Blaries van Cousin'skronijk heette Jean Blaries en heeft niets gemeens met Jacob de Blahariesof Bleharies, die in December 1429 te Doornik werd terechtgesteld. ••
Zoo uitgedrukt, is deze opmerking niet juist.
"Waar Cousin zegt: « .... le tömeraire, nomme' Blaries, fils d'un dötailleur deTournay, qui l'avait faussement faict relascher, fut banny de Tournay de parle magistrat pour incontinent sortir de la ville, » spreekt hij wel degelijk vanJacquemart de Blöharies, die, op 11 Juni 1423, den ketter Gilles Mersault uitde bisschoppelijke gevangenis verloste (Corpus III, n r 54, blz. 68, en n r 56,blz. 70), en die later, op 22 Dec. 1429, te Doornik als ketter werd verbrand.Maar alles wat bij Cousin op den boven aangehaalden zin volgt, heeft geenbetrekking meer op Jacquemart de Blöharies, maar op Jehan de Blöharies,die op 8-10 Juni 1423 te Doornik oproer verwekt had ter wille van de banierenen vrijheden der neringen, en deswege uit de stad gebannen werd, hetgeen deneringen niet wilden gedoogen en dan ook door een nieuw oproer, op Zater-dag 22 Aug. 1423, verhinderden. (Zie nog over dezen Bleharies, Corpus III,n r 50, blz, 63, noot 1, en blz. 64, noot 5.)