Druckschrift 
2 (1896) Stukken tot aanvulling vanhet 1. deel (1077-1518)
Entstehung
Seite
388
Einzelbild herunterladen
 

388 VERBETERINGEN EN AANVULLINGEN

sieten in de jaren 1433-1436, uitgegeven door E. Birk, in de Monumentaconciliorum generalium saec. XV. Concilium Basiliensc, Scriptorum, t. I,Praef. XXI, blz. 359-700. (Zie 0. Lorenz, Deutschlands Geschichtsquellenim Mittelalter seit der Mitte des dreizehnten Jahrhunderts, 3 da uitgave,deel I, blz. 334.)

Stuh n* 294, blz. 33S.

In noot 1 leest men : «Te recht merkt de uitgever hier op, dat erniets aan den datum hapert. » Het moet zijn : « dat er iets aan den datumhapert. »

Stukken n* 301, blz. 342 en n* 364, blz. 443.

Over den karmeliet Hubertus Leonardi (niet Leonard), diente Valencijnin 1459 verdachte Stellingen^ in een sermoen predikte en dezelfde was alsdegene die omstreeks 1472 inquisitcur in het bisdom Luik was, zie H. Pi-renne, Leonardi (Hubart) in de Biographie Nationale, deel XI, blz. 827-829.(Brüssel, 1891). Over hem zie ook de Ram, Documents relatifs aux troublesdu Pays de Liege, blz. 77 (kronijk van Jean de Los), en 610, 737, alsookHS. n° 823 van de Bibliotheek der Luiksche Hoogeschool (Memoires pourservir ä l'histoire du Pays de Liege, par F. N. J. B. Delvaux, prieur duchapitre de St-Pierre ä Liege, deel IV, blz. 765.) Zie [Grandjean], Catalo-gue des manuscrits de la Bibliotheque de l'Universite' de Liege, blz. 395.(Luik 1875.) — In Corpus II (hierboven, blz. 268, 269) vinden wij hem alsinquisiteur werkzaam te Leuven, te Nijvel en in de omstreken tijdens hetjaar 1471. Leuven lag in het bisdom Luik, zooals men weet.

Stuk n* 333, bis. 4M.

Lea (Hist. of the Inquisition, deel III, blz. 538) geeft een ander werk vanpater Nicolaas Jacquier op : Flagellum haereticorum fascinariorum. 1458.Het werd te Frankfort a/M in 1581 gedrukt en later herdrukt. Deze verhan-dcling bevat eenige feiten van ketterij uit zijnen tijd, maar met al te onduide-lijke bijzonderheden verhaald om ze tot de Nederlanden te kunnen terug-brengen.

Stuh n* 382, blz. 460, noot 2.

Het uittreksel uit Pierre le Prestre, medegedeeld door G. du Fresne deBeaucourt in zijne uitgave van Mathieu d'Escouchy (deel II, blz. 419, nootl),staat eigenlijk in de kronijk van Jean de Wavrin, waaruit de latere tijdge-noot Pierre le Prestre deze brok letterlijk overgenomen heeft.

Stuk n r 386, blz. 486.

Molinet heeft ook eenige onbeduidende verzen gewijd aan de zaak derbezetene nonnen van Le Quesnoy, in zijne Chronique mitrique uitgegevendoor de Reiffenberg, blz. 113.

Stuk n r 395, blz. 489.

Over den inquisiteur Jan Brehali of Brehal is eene belangrijke verhan-deling versehenen: M. J. Belon en F. Balme, predikheeren, Jean Brehal,