Druckschrift 
2 (1896) Stukken tot aanvulling vanhet 1. deel (1077-1518)
Entstehung
Seite
345
Einzelbild herunterladen
 

COLETTE LONGE — DANSERS 345

rijk en aan den aartsbisschop van Keulen mitsgaders aan dezes suffraganenvan Luik, Utrecht, enz. (1349), 140,141.

Colette Longe alias Madeline, te Gent vregens godslastering voor tienjarcn gebannen (1484), 280.

Cologne. Zie Keulen.

Concilien (algemeene, provinciäle en synoden) tegen de ketters gehoudendoor Innocentius II to Lateraan (1193), 7; — door Eugenius III te Reimsgehouden (1148), 24, 28 ; — tegen Vlaamsche ketters te Oxford door debisschoppen met koning Hendrik II gehouden (1160-1161), 8; — tegen Lam-bert le Begue en zijne aanhangers te Luik gehouden (1175-1177), 11, 12, 13,18,19,21,22,34 ;— door den aartsbisschop Diederik tegen drie kettersgroepente Trier gehouden (1231), 40, 41; — door Robert, aartsbisschop van Reims,later te Senlis tegen de Tempelridders te houden (1311), 65, 66 ; — o. a. tegende Tempelridders door paus Clemens V te Vienno gehouden (1312), 67-70 ; —door den aartsbisschop voor zijne geestelijke provincie te Reims gehoudenover het opsporen der gebanvloekten en ketters in iedere parochie (1408),194 ; — door paus Martinus V te Constanz gehouden (1418), 202.

Conradus de Marburch, pauselijke inquisiteur in het Duitsche Rijk, metzijne frwee helpers Conradus Tors en Johannes Eenoog-en-eenhand (1231), 40.

Constanz. Op het algemeen Concilie aldaar worden Nederlandsche kettersen verdachten vervolgd, namelijk de augustijn Nicolaas Serrurier (1418),204-216; en de predikheer Matthaeus Grabow (1418), 216-229, 230.

Coppin de Scoenmaker, te Brüssel ter dood gebracht, omdat hij het pries-terlijk ambt zonder recht uitoefende (1417), 203.

Cornelii mons (Cornillon bij Luik). Een aanhanger van Lambert le Begueontsnapt aan de vervolgingen van den abt dier plaats (1175-1177), 16.

Cruusbroeders, andere naam voor Geeselaars (1349-1350). In de Mechelschestadsrekeningen dragen zij beide namen, 115 ; — ook in de voorgeboden derGentsche schepenen, 118. — Zij heeten alleen Cruusbroeders in het Boec vander Wrahen, 127 ; — in de verordening van het Oudburg te Gent tegen detweede Geeselaars (1400), 189 ; — en in de vijf tiendeeuwsche kronijken, 133,136. Zie ook Poenitentes en Flagellatores.

D.

Damme. Ongeveer 50 Geeselaars dier plaats te Doornik (1349), 98,106 ; —nogmaals ongeveer 100 Geeselaars (1349), 99,106.

Daniel Jacopsz. te Leiden door de schepenen tot eene geldboete veroordeeldwegens het afnemen en beleedigen van een O. L. Vrouwenbeeld (1518),312, 313.

Dansers (Chorizantes, Dansatores), eene verdachte secte, die in de Neder-landen woedde (1374), 144-150; — uit Duitschland over Keulen en Aken naaronze gevresten overgewaaid, 144,149; — hun zang, 144, verward met eenen