BOUGRES — BURCHARDUS 343
Bougres, kettersche secte (1235-1236), 45, 48 ; — Buggers te Gent (1336), 94 ;— le maistre des Bougres d. i. inquisiteur (1416), 200. Zie ook Bulgari.
Brabant (hertogdom). De Tempelridders aldaar vervolgd door den.hertogop verzoek van den Franschen koning (1307), 50; — de Begijnen van het her-togdom door paus Johannes XXII onder zijnc bescherming genomen (1310),78, 79 ; — tegen de hertogclijke ambtenaars van Tienen verdedigt de Luikschebisschop de Begijnen van Zoutleeuw (1335), 301, 302 ; — de Geeselaars in hethertogdom (1349-1350), 134, 135 ; - de Dansers in het hertogdom (1374), 146,147 ; — ontwijding en tienjarige verbanning uit het hertogdom van den ket-terschen broeder Thoenken (1411), 108 ; — de ketterin Aelis te Nijvel uit hethertogdom gebannen (1460), 265 ; — Willem vander Taverjjen's handschriftover de rechterlijke gebruiken in het hertogdom (c. 1495), 280, 292; — onderanderen over ketterij, afgoderij, simonie, apostasie, godslastering, meineed,heiligschennis, sortilegie en tooverij (c. 1495), 280-292; —in het hertogdomerven de kinderen der ketters (c. 1495), 281, 285.
Braine-l'Alleud. Zie Eigen Brakel.
Brügge (Bruges) . Ongeveer 200 Geeselaars uit die stad komen te Doornik aanom boete te doen (1340), 07,101,102; — daarna 150 andere Geeselaars te Doornik(1349), 99,106 ; - nogmaals 300 Geeselaars in twee benden (1349), 99,106; —reglement van de Geeselaars dier stad, door hen aan het kapittel van Doornikgezonden (1349), 09, 111, 112 ; — naar die stad wordt een bode aan de Leuven-sche Geeselaars gezonden (1349), 114 ; — de graaf van Nevers aldaar uit deGuldenvliesorde gesloten wegens ongeloof (1468), 266, 267 ; — de Doornikschekanunnik Jan Tinotoris laat er eene Fransche onrwerking drukken van zijneLatijnsche verhandeling tegen de secte der Waldenzen (c. 1477), 269-271; —Hanneken van Uphove, gegeeseld, gebrandmerkt en gebannen wegens gods-lastering (1401), 277 ; — reglement van den magistraat tegen de godslasteraars(1491), 278 ; — Katheline, "Willem sLozen weduwe, wegens godslastering gepij-nigd en gebannen (1491), 270.
Brüssel (Bruccelles). JohannesXXII rieht tot de Begijnen dier stad zijne bul,waarbij hij die Zusters in geheel het hertogdom Brabant onder zijne bescher-ming neemt (1310), 78, 79 ; — de deken der christenheid dier stad verzoent deBegijnen van Vilvoorden met de Kerk (1310), 70, 80; — de deken der Ste-Gu-dulakerk aldaar spreekt de Brusselsehe Begijnen vrij als een der drie commis-sarissen van den Kamerjjkschen bisschop (1323), 81-83, 84; — ontwijding entienjarige verbanning van den ketterschen broeder Thoenken uit Brabant(1411), 108 ; — bedevaart naar de kapel van O. L. Vrouw op den Zavel aldaarals straf voor eenen ketter (1417), 202,203 ; — terechtstelling van Coppin deScoenmaker, omdat hij het priesterlijk ambt zonder recht uitoefent (1417),203 ; — een ketter aldaar verbrand, die den maagddom van Maria looehende(1503), 203.
Bulgari, kettersche secte (1235-1236), 47. Zie ook Bougres.
Burchardus, bisschop van Kamerijk, herinnert in eene acte van 1124 aan dekettersche prediking van Tanchelm te Antwerpen, 3.