BALTEN VAN ZASSBN — BBGIJNBN BN BEGGARDEN 341
van Vaernewijc te Gent voor vijftig jaren (1492), 279 ; — Matthijs vander Eekete Gent voor vijftig jaren (1492), 279, 280 ; — Adriaan Castelain te Gent voor tienjaren (1493), 280; — Splinter Wiggersz. te 's Gravenhage, levenslang uitHolland, Zeeland en Friesland (1503), 293, 294.
Balten van Zassen vergezclt, met twee andere afgevaardigden van denmagistraat van Leuven, den Luikschen inquisiteur Hubert Leonardi naarNijvel, om er een inquisitoriaal onderzoek in te stellen (1471), 268.
Baudeloo (Bodelo, abdij van), waar gedurende een half jaar meer dan 25000Geeselaars aankwamen, soms 700 op eenen dag te gelijk (1349), 120.
Bauduyn de Maingonal krijgt een geschenk van den magistraat van Doornikom den kettcr Gillis Mersault verklikt te hebben (1423), 247,248.
Bedevaarten. Opvatting van Lambert le Begue over hunne waarde (1175-1177), 24,28, 29 ; — veroordeelingen tot bedevaarten wegens ongodsdienstige ofketterschc handelingen : Margaretha sMoenx te Gent naar de drie Koningente Keulen (1354), 142 ; — naar de St-Lodewijkskerk te Marseille, naar de 0. L.Vrouwekerk te Regensburg op den Donau, naar de St-Wouterskerk te Pon-toise, naar St-Maur (Moers) bij Parijs als straffen te Gent (1354), 142; —naar St-Jacob in Galicicn als straf te Doornik (1408), 194, 195 ; — de priesterRichard du Crocquet te Doornik naar de 0. L. Vrouwekerk te 's Hertogen-bosch of liever naar de Zavelkapel te Brüssel (1417), 200-203; — WillemDuyker Ysbrantz. te Leiden naar den paus met biecht in Italie (c. 1440),310,311; — de priester Jaspar Fournier te Doornik naar de St-Pieterskerkte Rome (c. 1517), 297, 298.
Begijnen en Beggarden. De kettersche begijn uit Henegouwen Marga-retha Porete te Parijs verbrand (1310), 64,65 ; — paus Johannes XXII vaar-digt eene bul ten voordeele der rechtgeloovige Begijnen uit (1318), 72-74;— Frederik II van Zyrik, bisschop van Utrecht, bekrachtigt de uitroeiing derBegijnen door paus Clemens V en laat aan de rechtgeloovige onder haar toe,tot den Derden Regel van den heiligen Franciscus over te gaan (1318),74-77; —dezelfde bisschop regelt de levenswijze dier zusters (1318), 76; —paus Johannes XXII beveelt aan de geheele geestelijkheid, de Broedersen Zusters van den Derden Regel van den heiligen Franciscus niet te ver-warren met de door Clemens V veroordeelde kettersche Begijnen en allevervolgingen tegcn hen te staken (1319), 77, 78 ; — dezelfde paus neemt deBegijnen van het hertogdom Brabant onder zijne bescherming (1319), 78,79 ; — die van Vilvoorden worden met de kerk verzoend (1319), 79, 80; —Johannes XXII gelast den bisschop van Atrecht met een onderzoek ten gunsteder rechtgeloovige Begijnen van zijn bisdom (1321), 80, 81; —de BrusselscheBegijnen door de drie commissarissen van den Kamerijkschen bisschop vrij-gesproken (1323), 81-83 ; — die vrijspraak door den Kamerijkschen bisschopbekrachtigd (1324), 83-85; — Johannes XXII gelast den bisschop van Luikmet een onderzoek ten gunste der rechtgeloovige Begijnen van zijn bisdom(1324), 85 ; — die bisschop vaardigt de vrijspraak uit van de Begijnen vanSt-Christoffel (Luik), Tongeren, Maastricht, St-Truiden, Leuven, Tienen,Zoutleeuw, Diest, Borchloon, Hasselt en Aarschot (1324), 86, 87; — alsookvan die van Roermond (1325), 89; — hij beschermt de Begijnen van Zoutleeuw