REGISTER.
Aalst. Vier godslasteraars dezcr plaats tc Gent gebannen (1480), 272.
Aarschot. Do Bcgijnen dier plaats door Adolf, bisschop van Luik, vrijge-sproken van ketterij (1324), 86, 87.
Absalon Oskin, priestcr, promotor van den officiaal van Doornik, vraagtnamens den bisschop eene reeks afschriften der processtukken van den ketterNicolaas Serrurier (1422), 243, 244, 245, 246.
Adolf van der Mark, bisschop van Luik, wordt door paus Johannes XXIIgelast met een ondcrzoek ten gunsto der rechtgcloovige Begijnen van zijnbisdom (1324). 85 ; — vaardigt eene vrijspraak uit ten voordeele der Begijnenvan St-Christoffel (Luik), Tongeren, Maastricht, St-Truiden, Leuven, Tienen,Zoutleeuw, Diest, Borchloon, Hasselt en Aarschot (1324), 86-88;—ook tenvoordeele van die van Eoermond (1325), 89 ; — vaardigt reglementen uit voorde Begijnen van St-Christoffel te Luik (1323, 1325), 88; — verbiedt aan deBrabantscho ambtenaars de Begijnen van Zoutleeuw in hunne goederen teverontrusten (1335), 301, 302.
Adriaan Castelain te Gent, wegens godslastering voor tien jaren gebannen(1493), 280.
jEgidius. Zie Gillis.
./Egidius, monnik, kanunnik van St-Nieolas-des-Pres te Doornik, vergezeltde Doorniksche Geeselaars op hunne tochten uit eigen beweging (1349),98, 104.
Aelais, kettersche tooverheks, te Kamerijk door den inquisiteur Robertverbrand (1236), 42-44, 46.
Aelis, kettersche vrouw van de secte der "Waldenzen, te Nijvel op de pijn-bank gelegd en uit Brabant gebannen (1459-1460), 265.
Aernt Aerntsz., te Leiden gemengd in de zaak van den godslasteraar Wil-lem Duyker Ysbrantsz. (c. 1440), 310.
Aix-la-Chapelle. Zie Aren.
Aken (Aquisgranum). Over die stad komen de Dansers naar de Nederlanden(1374), 144, 149.