Druckschrift 
2 (1896) Stukken tot aanvulling vanhet 1. deel (1077-1518)
Entstehung
Seite
XVI
Einzelbild herunterladen
 

XVI KETTERS EN KETTERIJEN

1231. Drie kettersgroepen te Trier onderdrukt ; de ketterin Lu-cardis en een ketter verbrand, 40-41.

1235-1236. Door broeder Robert, predikheer, pauselijken inqui-siteur, worden talrijke ketters vervolgd, gekerkerd,verbrand, onder anderen Mahiu van Lauwin, PieronMalhasin, zijn zoon Boudewijn en Aelais, 41-49.

1307-1312. Kettersche Terapelridders in de Nederlanden, 51-63,65-72.

1310. De Henegouwsche begijn Margaretha Porete te Parijs ver-brand, 63-65.

1318. De Begijnen van het bisdom Utrecht door bisschop Frede-

rik II van Zyrik alleen geduld, wanneer zij tot denDerden Regel van den heiligen Franciscus overgaan,74-77.

1319. De Begijnen van Vilvoorden met de Kerk verzoend, 79, 80.1323. De Begijnen van Brüssel vrijgesproken, 81-85.1324-1325. De Begijnen van Luik, Tongeren, Maastricht, St-

Truiden, Leuven, Tienen, Zoutleeuw, Diest, Borchloon,Hasselt, Aarschot en Roermond vrijgesproken, 85-89.

1336. «Gods viande » en a buggers » (ketters?) te Gent, 94.

1349-1355. De Geeselaars of Cruusbroeders in de Nederlanden,96-142, 303.

1354. Margaretha sMoenx te Gent, veroordeeld tot eene buiten-

landsche bedevaart, 142.

1355. Jacob Clerici, verzoende ketter, door den bisschop van

Doornik tot gevangenschap en ballingschap veroor-deeld, 142, 143.

1373. Vader Heyne te Leiden wegens godslastering gestraft, 303.

1374. De Dansers in de Nederlanden, 144-150.

V66r 1384. Begin der verdachtmaking der Broeders en Zusters

van het gemeene leven door de bedelmonnikken en de

inquisiteurs, 150-152.c. 1393-1394. Verdachte Zusters van het gemeene leven te

Utrecht, Renen en eiders door den inquisiteur veront-

rust, 153-156."Voor 1395. Elias te Leiden wegens godslastering gestraft, 304.1395-1398. Verweerschriften ten gunste der verdachte Broeders

en Zusters van het gemeene leven, 156-181.