Druckschrift 
1 (1872) Tot den dood van Graaf Gerard, 22 October 1229
Seite
530
Einzelbild herunterladen
 

530

uxore sua, ad instantiani inatris suae, Richardae de Nassovia, primaehuius loci abbatissae, monasteriuni fundavit anno millesinio- ducente-simo decimo octavo. Ambo in boc loco sepulti.

Grafschrift in de Munsterkerk te Rocrmond.

Met dit grafschrift, kennclijk van jongeie dagteekening, komt, wat den dag vanoverlijden betreft, overeen hetgoen Gelenius, Farragines, xi, p. 531, aänteekendeuit de Historia p. p. Observ. Colon., afgeschreven door Van Spaen en in n°. 116 zijnerarcliieven bij den Hoogen Raad van Adel te 's Gravenhage.

Zie over Margaretha, de vrouw van graaf Otto, het aangeteekende bij de oorkonden°. 475, bl. 479.

Otto, de zoon van Gcrard, in die oorkonde ook genoemoi, was zijn opvolger.

Een andere zoon, Hendrik, was in het jaar '1242 proost van Xanten, werd denlOden October 1247 bisschop van Liiik en den 3 d j u ji -J274 afgezet. Hij körnt involgende stukken meermalen voor. Waarschijnlijk is bij dezelfde van wien in hetNoerologium van Elten, in Nieuw Archief van kerkelijke geschieden^ n, bl. 62,aangeteekend Staat: Ianuarii vin. Memoria Henrici de Gelren. Preb. De bonis inHnraniele I marck campanariis presentibus, ut uni persone. Toen hij bisschop werdwas hij nog iuvenis moribus et aetate. Chapeavillo, Gesta ponlificum Leodiensium,ii, p. 276. Hij kan dus die zoon zijn, van wiens geboorte Caesarius Heisterbacensis,Vita s. Engelberti, bij Surius, De piobatis Sanctorum vitisj p. 192, het volgendemededeelt: Gelriae eomitissa tanta pariendi diflicultate quandoque laboravit, ut vitaeius propemodum desperaretur. Accitus confessorius eius abbas Campensis, a ducellrahantiae Henrico, qui erat comitissae pater, atque a marito eius Gerardo comiteintroduetus est ad eam, prae doloris acerbitate inisere eiulantem. lila, viso abbate,perinde ac si moritura sit, commendat sc eins preeibus , orans, ut fratres omnesiubeat pro se orare. Laehymantur omnes, qui aderant. Interim comes sie ait ad eam:Nosti, charissima, quantum nos amavit cognatus et dominus meus episcopus Engel-bertus. Invoca ergo illum in hac summa calamitate, spero non minus illum tibi,quam caeteris, subventurum. Deinde abbas cum duce et comite egreditur. Porroeomitissa orat martyrem, ut sibi opituletur. Orat Christum, ut propter sanguinem,quem pro iustitia fudit Engelbertus , a tantis doloribus se liberet. Vix in castniniilli redierant, cum, ecce, puella cursitat post eos laetissimumque nuncium coiniiiafferens: Domino, inquit, domina mea peperit-tibi elegantissimum lilium. Tum voroomnes laudant et praedicant Deum in martyre suo Engelberto. At eomitissa, nonimmemor beneficü , mox revaluit, Coloniam venit, sepulcrum martyris visitavit argen-teamque imaginem ad illnd obtulit. De aartsbisschop Engelbert werd den 24^"Fobruari 1226 begraven, doch hij deed geene wonderen meer, toen zijn moordenaarop den llilü" November daarna werd te recht gesteld. Tusschon beide dagen haddus de hevalling plaats.

Eene oorkonde van 12 Maart 1236 handelt over eene dochter van graaf Gerard.Over haar huwehjk zal daar iets aangeteekend worden.