239.
38.
# (209) *Wy zullen ons Zeggen met klaare en duide-lyke Woorden uit de H. Schrift bevestigen.Wanneer gy den Heere uwen God eene Geloftegedaan hebt, zegt Moyses Deut. 23. V. 21. 22.en 23. zo zult gy niet vertoeven dezelve te beta-len; want de Heere uwe God zalze van u eischen;en als gy draals, zal het u tot Zonde gerekentworden. Wilt gy niets beloven, zo en is het ugeen Zonde; maar wat eenmaal tot uwe Lippenuitgegaan is, zult gy houden, en doen, als gyden Heere uwen God vrywillig belooft hebt. Watkunnen de Predikanten op die Passagie zeggen!Zy zien'er immers met klaare en duidelykeWoorden geschreeven, dat, zo lang meneene Zaak aan God niet belooft, men ook nietgehouden is dezelve aan hem te geven, maarzo dra men zich daartoe by eene Gelofte, enwel NB. vrywilliglyk verbonden heeft, men zezonder Zonde niet kan terug houden, en bygevolg ook niet aan eenen anderen geven. Alsnu de Overigheid eenen zulken Belover dwingtaan zyne Gelofte te voldoen, zo als de Kerkhaare Geestelyken dwingt, hoe kan men dezelvedan in zo eene loffelyke Zaak berispen, en be-schuldigen, datze het Huwelyk verbied? IndienJohan Lindlauw den Eed van Getrouwheid,welken hy aan den Staad gedaan heeft, brak,en door zynen Kapitein of Kolonel genootzaaktwierd tot zynen Pligt te keeren, zou by inzulken Geyal dien Kapitein of Kolonel kunnenbeschuldigen van eenige Onrechtvaardigheid teNeen, moet hy zeggen. Laat hy hetzelfdedan op de Kerk toepassen.Voorts, wie zal den Staat, die eene Wetgemaakt heeft, dat niemand van zyne Onder-danen zonder de Toestemming van zyne OudersO 2m2