128.
(202)UE. gelieve in 't voorbygaan te weten,dat ik Schutter en Burger van den Haag was.en dus als een Onderdaan van de gemelde Ma-gistraat, gehandelt wierd, mits men anderzinsmischien strenger tegens my geprocedeert zou-de hebben. Doch daarontrent zal ik thansHetgeene wydlopiger Aanmerking maken.was nochtans aanmerkelyk, dat de voorsz.sloote Brief by Misslag gedagtekent was op denwas10. Junii. En dewyl die Termyn al lantverstrecken, zo konde ik het Bevel van de Ma-gistraat om binnen acht Dagen te vertrekken,niet nakoomen; en zulks is ook moogelykReden geweest, waarom dezelve myn Verzoetoestond, om noch drie Maanden langer inHaag te moogen blyven; doch my wierdgelyk opgelegt, dat ik de gemelde Schryf-Fouzou laten veranderen, en in Plaats van10. Junii laten schryven den 10. Julii,ik dan ook gedaan heb.Het Uitstel nu, dat my gegeven wierd, duuretot in de Maand van November, wanneerter Oorzake, dat ik myne Zaken nochvolkomentlyk in Ordre gebragt haddenieuw Uitstel verzogt, doch niet verkreegDus wierd ik genootzaakt in 't Begin vanMaand met Zak en Pak optekraamen, hebbenmyne Huishuur tot dien Tyd toe betaalt.begaf my na Ryswyk, een Dorp, ontrenthalf Uur van den Haag gelegen, en bragden Winter onder Gods Zegen gelukkidoor. Den vyftienden der Grasmaand vanvolgende Jaar 1732. begaf ik my s'morgevroeg voor het laatste maal na den HaagAfscheid van myne Vrinden, en keerde tegenden Avond na Ryswyk. Den volgenden