38.
2 (62)waardig is. Zo als de Prediker zegt Eccl. 9. §. 1.Hoe kan hy dan de Verzekering hebben? Hierzou ik een Ruim-Veld hebben om uittewyden,en te toonen, hoe dat alle de Heiligen van hetOude zo wel als van het Nieuwe Testament,haar Vertrouwen op de Barmhertigheid Gods,altoos gepaart hebben gehad met eene zaligeVrees voor desselfs ondoorgrondelyk Oordeeldoch het Bestek dezes Briefs laat het niet toeTen sesden. De Predikanten spreeken Godden Heere in haare Excommunicatie eindelykdus aan: Aangezien, zeggenze, dat gy geenLust hebt aan den Dood des Zondaars, maar dathy hem bekeere, en leve, en de Schoot uwer Kerkealtoos open staat voor dengeenen, die wederkeerenenz. Doch ik twyffele zeer, of de Predikanten daar in Ernst met God den Heere spreekenHoe! zou God geen Lust hebben aan den Dootdes Zondaars, en denzelven nochtans van alleEeuwigheid tot den eeuwigen Dood gepredeſtineert hebben? Hoe! zou God eene Lust hebbedat de Zondaar zich bekeere, daar hy hemnochtans tot het eeuwig Verderf geschapen heeftja, in gevolge van de hiervooren aangehaaldeLeere van Kalcyn, de Zonde in jhem werktHoe kan het met elkander bestaan, dat GodHeere de Zonde in den Zondaar werktechter te gelyk wil, dat de Zondaar zich bekentre? Hoe kan de Zondaar zich bekeeren,God de Zonde in hem werkt? Laat de Predi-kanten dat Noorje eens opkraaken, als hunneTanden sterk genoeg zyn. Ik weet wel,ontbreekt hen niet aan Woorden, en Spreckwyzen; doch ik weet ook wel, dat het maarWoorden zyn. Meer zal ik'er voor her tefwoordige niet van zeggen, maar alleenlyk daar