72.
(4)O rechtvaardige God, barmhertige Vader,wy beklagen onze Zonden voor uwe hoogeMajesteit, en bekennen wel verdiend te hebbende Droefheid ende Smerte, die ons is aangedaanvan dit onze Mede-Lidmaat; ja wy alle zynwaardig, om van u afgesneeden en gebannente worden om onze grote Overtreeding wille,zo gy met ons wildet treeden in 't Gerichte.Maar O Heere, zyt ons genadig om Christiwille, vergeeft ons onze Misdaden, want zyzyn ons van herte leed, en werkt in onze Her-ten hoe langer hoe meer Leedwezen van dien,op dat wy uwe Oordeelen vreezende, die gylaat gaan over de Hartnekkige, ons moogen be-neerstigen om u te behagen. Geeft, dat wy onswachten voor alle Besmetting der Weereld, endergenen, die van de Gemeenschap der Kerkezyn afgesneeden, op dat wy ons haare Zondenniet deelachtig maken, en dat de Afgesneedenebeschaamt werde. En angezien gy geen Lust enhebt aan den Dood des Zondaars, maar dat hy hembekeere en leve, en de Schoot uwer Kerke altydopen staat voor dengenen, die wederkeeren, zoontsteekt ons doch met eenen goeden Yver, datwy met goede Christelyke Vermaningen en Ex-empelen zoeken wederomme te brengen dezenonzen afgesneeden Broeder, mitsgaders alle de-geene, die door Ongeloof ofte Roekeloosheiddes Levens van ons afwyken. Geeft uwen Ze-gen tot onze Vermaningen, ten einde wy daar-door Oorzak moogen hebben ons weder te ver-blyden in dengeen, daarover wy nu Rouwemoeten dragen, en dat alzo uwen HeiligenNaam gepreezen werde door onzen Heere JE-sum Christum, die ons aldus heeft leeren bid-den: Onze Vader, enz.dus