15.
* (18)de Staat, wien de Eenvoudigheid, Opregt-heid, en Getrouwheid van zyne Roomse In-gezetenen zeer wel bekent is, gaf aan dat Ge-schrift weinig Geloof: Desniettemin hebbende gemelde Ingezettenen daardoor om Redenenvan Staat, al vry wat moeten lyden.Vraagt UE. my, waarom ik het doch dus-danig op den Heer Velse heb geladen? Zo geveik tot Antwoord, dat ik daartoe voornament-lyk drie Redenen heb. Voor erst: Omdathy my by onze laatste Ontmoeting tuschenRyswyk en de Geestbrug (zynde ontrent eenhalf Uur van den Haag gelegen) gedreigtheeft, dat indien ik tegens hem, of tegensymand anders het minst in 't Licht gaf, hyalsdan alle de Proceduren, welke de Kerken-Raad van s' Gravenhage tegens my gehoudenhadde, met den Druk gemeen maken zoude.Om die Reden wensche ik ook (om te too-nen, dat ik voor hem niet bevreest ben) datdeze Brief hoe eerder hoe liever ter DrukPers mag worden bevordert. Ik hoope, dathy alsdan zyn Word zal houden; en ik zalvervolgens wat meer Stoffe hebben om te antwoorden, en my in de Hollandse Taal te oessenen. Wat ondertuschen de gemelde Ontmoeting aangaat, daarvan zal ik in het Vervolg wydlopiger spreeken, zynde dezelve al te opmerkelyk om in het Vergeet-Boek te raaken.De tweede Reden is, om dat de Heer Velfmy in de voorsr. Kerken-Raad het meest,'t vinnigste van alle de Predikanten vervolgheeft. Doch wat deze Reden aangaat, dieverpligt my hem meer te beminnen, als te haarten, mits hy my door zyne ruuwe Handelingen heeft genootzaakt, deste eerder mijGe