Geheiligt volk, körnt by dees bron wat rüsten,üae IJavids geest zingt; let meer op de stofAls toon; dat zal in God uvv ziel VerlustenTot dat gy-zingt in ’sHemels Vreugden-Hof.
Gualtherus Herckmans,
V. D;M. in Oosterbeck.
OP DE ZELVE.
W At oyt Poefis had gevat,
Wat Mufa, Mufica bezat,
Heeft Slüiter gaen ontßuyten ;
Door maet en stem en melody,
Verbeugend d’aerdfehe Burgery;
Wat kond’ hy beter uyten?
Wat kond’ hy meerder brengen voort?
Als maatzang die de lucht doorboort,Weergalraend’ in de vvooneDaer alle Chören roepen uvtDoor hemelsche Basuyn en fluyt,
Eer ’t Lam op zynen throone.
Wel huwt u tong, en rept u keel,’
Spant Cbyter, Cymbal ende feel.
Met alle vrolykheden,
Stygt op tot voor den Opper Heer,
Geprczen zy Hy meer en meerDoor deze Sang gebede.
En hem, die hier ons deze vreugd,
Waer in den hemel hem verbeugst,
Ging geestelyk ontßuyten,
Hern (zeg ik) voor zyn arrebeidEen Lauwre-Kroone zy bereistVan geestelyke fruyten.
Rutc. Tichlerus.
Ant-