Druckschrift 
Psalmen, Lofsangen Ende Geestelyke Liedekens : Op Lees- ende Sang-mate gerymt, Ende nu noch eenige met bovengestelde bekender Voysen verbetert, van nieuws vermeerdert met het Hooge-Lied Salomons
Entstehung
Einzelbild herunterladen
 

Hier leertget wäre Christendom,

Dats afgronds lasterkeel verstonnn: i

O SLU1TER, en zyn lasterstreken;

En houd den dierbren tyd ce ra,

Eer hy herwcnsche word al te spa;

En hekeld schendige gebreken.

Gy wyst de Jeugd het rechte spoor:

Gy moedigt haer, om rüstig doorTe streven, da er gy rüst int weyland,

Gy srneed den kruys-held eenen schild,Daer heisch geweer op word gespild.

t Begin en eind iss wereids Heiland.

Als gy uw zinnen speien voerd,

Gy bid en dankt, en streeld en roerd,

En trekt een heilschat uit Gods bladereD.Maryen voeren dan bet woord,

Dats hemels hart op nieuw bekoord:

Dan klinkt de toon der oude Vaderen.

Nu valt die ziel, die misdaen boet,

De Hemelsehe gena te voet;

Dan rystze bly en begenadigt.

Nu hygt bet afgejaegde hartNaer Jesus heilbron, bang van smart;

Dan juycixjiet, aen Gods disch verzadigt.

Zoo scheid uw ziel al eerze scheid,

Uit dit moerasch in deeuwigheid,

Met uw Musyk om hoog gevaren.

Dan vlecht de Maymaend rozenhoen.

t Gevögelt tylpt u na int groen.

Hier ruyscht geen wind in loof noch blarenDe Nachtegael inc boscn benydDen zang-prys u, en zweit van spyt;

Haer keel en tong'Musyk lege achter.

De Berkel, daer hy, onderc rietGedoken, stroomen nederschiet,

Geest u gehoor, en vloeyd veel zachter.

Dan siuyst de wereld wech als mist,

Voor u: gy kund dan haer, vernist