Nodige Ondtrwyfinge en Vermaninge ^Maer het hert oprcchr en wel:
Niet’tgeroep, maer liefd’en min ,
Klinkt tot Codes ooren in.
z .sondei 2. Wacht uwel,datgy degeestelyke gefangenTennen- niet vermengt met eenig wereldsche, lingendewefeltf- 61 ^ an eensgeestelyk, endan weer ecn weie’ds;ge-fcheGe- lyk dit isde maniere van veledronkaerts enon- 'ifiilfangen, reine menschen in onze tyd, welke vol zy nde van 55tden sterkendrai'kjen brandende in hai c dertd- jäfcjheid, zullen lichtelyktwee ofdriePsalmen Da- ^-nivids,ofeenige andere geestelyke Gefangen daer Nj;Irenen martelen,en Lettendandaerop eenhoe- „urenlied,of een ander ligtveerdige klugtofrip-pelrey,diehaerindekopfehlet Diezulksdoen,en voegen geejteiyke dingen niet t'zamsn met geef-telyke, l Cor. 2: r;. maergeestelykedingenmetvleefchelyke;’t welk zieh doch ganfeh niet en ^>>voegd,jazoo weinigalsde ArkeGodsen Dagon, r ! 1of Christus met lielial. V/eld 00k eenf omeynr uiteen zeltie ader bet zoet en bet bitter ? Jac. 3:51. .jAlzoo behoren 00k uit een en het zelve herte,en-de uit een en den zelvenmont niet voort te körnendefoetevruchten desgeestes,ende bittere vrucl> ^teil des vleefches. Van den zodanigen werd nietrunder reden vermoed s datzezeifsde geestelyke ’*$Gefangen ilechtsuitgewoonteen uit vleefchely*ke veiTustingc voortbrengen, als den welken het Aeven.Veel is, ofze een geestelyk ofbeestelyk lied 3 iiivoortbrengen, beiden even groten eerbiedigheid <1;toedragende,datze 00k in de geestelyke Ge(aii j -sdgennietverdersieHalsopdecierlykefraeyigheid fcifcder vloeycnde woorden, cn de liefiykheid derMelödye 6f Sang*wyze, makende daer van lief-koozingen met baren morul , terwyle haer htrteba-re onreinigheid naveandeld,jade woorden Gods 's,jben zyrdt als een lied der minnen, als een die feboon hjivanftmmeisyofdie weljpcsit. Ezecb. 33: verjf. \31,52. SoiniEa,ditiseeugrouwelyke ipottcrye -*S
niet ^