am den Cbrißclyken Sänger endeLezer.
fern andere Coden en z ult gy nietgedenken , uytu&nmond en zal byniet geboort worden. Exod.
„„.,3. OszooGodenChristussomtyds in die scl-ve mede genoemt worden, van wegen zulkeenschandclykmisbruik desH. NaemsGods,dicstc:slimmer eil afgrysclyker zynsetc houden, over-midsdcn warenGod ondcrdeafgode niet en wilgenaemt wesen ;en daer dc H. Arke des Heerenveoond,moet Deignn hals en nekke breken. 1 Sam.j: 4. isant wat mede deel beeft degereebtigbeid mstde ongerecbtigbeid?ende weit gemeinsebap heeft betliebt met de diästerni(J'e?cn wat tsamenjtenmingebeeft Christus metBilial?oftewat t’/amenvoegin-ge beeft de Tempel Gods met de afgoden ? 2 Cor. < 5 :
14,1 j,i 6 . Ik en zal hier nu niet acnwysen, wat al fstlichtveerdige, dertele, en tot onkuisheid aealok- roetenkende Hoffen in sodaaige boekjens begrepen sy 11:zy zyn (och lacy !) meer dan al te veel bekent.
Exitin immensum non casta licentia vaium.D’onkuysche vryheid der PolitenGaetover al gautsch ongcmeteii;
Zoo dat nn 00» PoiiteryGeworden is tot Spottery.
Zy was een kuysche maegt bevonden,
Aiaer nuontschaekt, mismaekt, geschondcn:
Zy, die moest trouwen Godeseer,
En was zyn Lof bastiyn wel-eer,
Werd nu, met uytgesteken vane,
Misbruykt ais tot een roffinneDer teere Jeugd, en tot trompetVan alles wat op ’t meest besinet.
Is het dan niet wel de pyne waert,dat daer de we- heid en ,reld vast bezig is om haer minnaers te voorzien verschei-det overvloed van liedekensdie in hare ooren ^»heiäklinken wy ook onz’ uiterste beste doen,dmChri- ? v c uf'ua-'"*stidienaersdehare te verschaffen , otn in allerlei dcicensgclegcntheid, op allerlei wyze, ende met alle dies t3aengenacmheid, hem lof te zingen ? .
B 2 Zrl
’ giof eä‘«■‘ge-sell iktg.ien;
\Vaerdnjde veel-