TOE-EYGENING.bende een licht Urnen overkleed aenge-daen, zoo heef tMichal, Sauls dichter, zulksdoorde venßer aenziende , ende ran dit hei-lig engeestelyk werk onheiligende vlee-schelyk oerdeelende, hem daer over inhaer herte door een al te groote laetdun-kentheid veracht; ende haer inbeeldende,dat David zieh zelven als weggeworpenen te schändegemaekt hadde,zieh aenstel-lende niet als een Koning, maer als eenvan de geringste en verachsteonderdenVolke , zeide zy daer na tot hem metschampere en spottende woorden: Hoe isheden de Koning van Israel verheerlykt , die zigheden voor de otgen van de dienßmaegden zyncrdicnftknechten heeft ontbloot ? Maer David ,van zulk een ongerymde laetdunkentheidatkeerig, zeide tot Michail Voor het -acn-gezichte des Heeren , die my verhören heeftvoor uwen Voder , en voor zyngantsche huys ,my inßellende tot een voorganger over het volkdes Heeren , over Israel : Ja ik zalspeien voorhet aengezieht des Heeren, ook zalikmy nochgeringer honden danalzoo, ende zalnedrigzynin myne oogen , ende met de dienßmaegden ,daer gy van gezegt hebt, metdezelve zal ikverheerlykt worden. Heeft alsoo de wyse enGodzalige Koning in der daed ende ookzelfs voor de menschen bewezen zyneootmoedigheid, waar over hy elders Godj j. tot een getuyge zyns heften aenspreekt:
i} 2 * ' 0 Heere! myn hefteenisniet verheven, noch
myne
ß
ß
(ini 1
'S
5 ®
3&0
iDni
liijlt
#
■:te
alt
'■'ik
-KIT!
•ai
«sdl
%
%
K