Druckschrift 
2 (1762)
Entstehung
Seite
534
Einzelbild herunterladen
 

554 Cofluymen van Nyvele.garant, ende ondertulfchen en ial men de faeckeprincipael niet mogen voorderen, totter tydt toe,dat partye gefommeert tôt garandt, verklaerl (alhebben oft hy wilt garanderen oft niet.

XL III.

Soo verre de gene, die gefommeert is tôtgarandt, verklaert niet te willen garanderen, falde Verweerdere fchuldig zyn ten principalentantwoorden, 'ende fal mogen protefteren vaniÿne diligentie, ende van aile koften, lchadenende intereiben.

XL IV.

Soo wanneert garandt verfocht wordt naerde litifeonteflatie, fal de faecke principael harenvoortganck- hebben, fonder prejuditie vantvoorfz. garandt, ende al' ist foo , dat de ge-fommeerde tôt garandt, int felve confenteert,fal de Verweerdere niettemin blyven int Pro-cès, maer fal de gefommeerde hem mogen voe-igen metten Verweerdere in fake.

XL V.

Indien de gefommeerde tôt garand, verklaertte vréden te zyn te garanderen, ende overfuickde. fake .aenveerdt voor den Verweerderealeerde felve gelitifeontefteert fal -hebben , fal devoorlz. Verweerdere in -dien gevalle vant Pro^ces- ontflagen worden, ende fal de voorfz. ge-lommeerdet felve tôt fynen lafte nemen voorhem, en fal oock geen Procureur mogen gad-mitteert worden om garandt te aenveerden, tenware hy daer toe hadde fpeciale procuratie.