'404 •Æec'&Zc» ende Cofluymen van Uccle.
XXXII.
Item, îs Coftuyme, dat den Man oft Trou-ve , hebbende Kindt oft Kinderen van ’t eerfte ;tweede, derde,oft meer Bedden , blyven altydthun leef-dagh langh waerachtigh Meefter, Meef-terfle, Proprietaris, ende Proprietareile, van d’ey-gen Goeden van hunder zyden gekomen, oudie te mogen belaften, verthieren , endedaer afte difponeren naer hun geliefte, fonder contra-didlie van iemandt.
XXXIII.
Ende d’eyghen Goeden verkregen fîaendehet eerfte Houwelyck, fullen volgen voor d’ee-ne hellicht den Kinderen van het eerfte Bedde,ende d’andere hellicht fal gepaert ende gedeyltworden hoofde-gelyck tuffchen de Voor-endeKaer-kinderen.
XXXIV.
Item ., aen-gaende de verkregen eygen Goe-den , ftaende het Houwelyck van Man endeVrouwe, t’ famen Kindt, oft Kinderen hebben-de , houden voor Coftuyme , dat den langhft-levende de felve Goeden ende Renten blyft fynleef-dagh befitten ; te weten, d’een hellicht alsProprietaris, om daer mede fynen vryen willete mogen doen, ende d’andere hellicht van Pro*prieteyt veriterft op fyne oft hare beyder Kinde*ven : ende in gevalle fy t’ famen geen wettigeKinderen en hebben, foo verfterft de Proprie-.teyt van d’een hellicht op de naefte Erfgena-men van den felyen Af-lyvigen.