400 Rechten ende Cojluymen van XJcclc.
XXVI.
Item is oock Coftuyme, dat Man oft Wyfftaende hun tweede Houwelyck koehten eenigeUckellche Cheyns-goeden oft Renten, gehypo-thequeert ende bepandt op eenige UckelfcheCheyns-goeden , ende den Man in’t goeden vande felve confenteerde fyner Huys-vrouwen daertoe te mogen kome'n met eenen vremden Mom-boir, dat als-dan naer de doodt ende aflyvig-heydt van den felven Man aile de felve Goedenfullen volgen ’hunne Kinderen, die fy t’ famengehadt hebben, foo wel op de Sufters , als opde Broeders, fonder dat daer in d’een noch d’an-der eenigh prerogatyf noch voordeel en fulleahebben noch behouden.
XXVII.
Item dat meer is, in dien haren Man wirdeaflyvigh fonder wettigh Kint, oft Kinderenachter te laten , foo fullen aile alfulclb Goederenfuccederen ende toe-komen hunne naefte Vrien-den, met feclufie van de Vrienden van harenvoorfz. Man.
XXVIII.
Item, oft ’t gebeurde dat den Man "Weduwerzynde, hadde Kindt, oft Kinderen, van fyneerfte Huys-vrouwe, ende hem toe-quamen byverfterfte eenige Cheyns-goeden , oft Renten opCheyns-goeden gehypothequeert, dat alfulckenWedinver van de voorfz. verftorven Cheyns-goeden , oft Renten, niet £n foude mogen dif-poneren, verkoopen , oft belaften ; maer naer defelve verfterfte komt de proprieteyt op fyneSonen, foo verre hy eenige heeft, oft ander-fmts op iyne Dochtercn.
XXIX.