Van de Procureurs*
C C X.
Dat oock niemandt als Procureur enfal mogen dienen , het en zy dat hy daertoe als nut ende bequaem by de voorJx.Heeren Wct-houdcrcn fal zyn ontfangcn >ende den Eedt daer toe ftaendc heeft ge-ilacq,
CC XI.
Dat het getal van de Procureurs niet enfal mogen excederen dertig pcrfoonen.
CC XII.
Item dat alle Procureurs fullen fchul-dig zyn de Heeren Wct-houderen , oftde Commiffariffen uyt de Wet, het zy inder Heeren Racdt-kamer ? oft elders, eereende reverentie te doen, ende hunne fa-ken manierlyck bedingen ende beleyden,fondcr eenigc lichtvecrdigheydt, fchim-pinge, fpottinge, verachtinge, oft woorden,finakende eenige af-dragentheydt, tegenhen te Iprekeri, te bewyfen, oft voorts te.kceren , ende dat op de pene van dekkerreyfe te verbeuren , contrarie van diendoende, fes guldens, ende voorts arbi-tralyck gecorrigeert te worden.
CC XIII.
Dat de voorlz. Procureurs noch party enin ’t plaidoyeren, oft bedingen van hunneEiken, malkandcrcn niet en fullen mogen