Druckschrift 
2 (1762)
Entstehung
Seite
226
Einzelbild herunterladen
 

2.16 Ordonnantie op de Procedure,.compareerde y ende nochtans niet en dien-de , noch ’t Beleyt van het voorfz. Procesin d’eertte inttantie nfet en repeteerde inpiactfe van Grieven, oft oock geene Con-clufie en name, alfoo boven gel'eght is,fal in dien gevalle worden verlteken vanGrieven, ende voor ’t profyt van dien tald’Appellatie oock verklaert worden defert,met condemnatie van kotten, gelyck in ’tvoorgaande Artyckel. getèght is.

C X I.

Dat niemant voort-aen en fal mogenAppelleren van eenige Vonnitfen by tub-alterne Rechters gegeven, de welcke tendiffinitiven zyn reparabel, ende niidts'dienfoo en fal niemant in fulcke faken als Ap-pellant ontfangen oft geadmitteert worden,om alhier voor myne Heeren in materievan Appellatie te procederen, maer falty-ne partye. hem van de felve Appellationende Proceduren by Redenen voorfz. mo-gen repelleren : ende bevindende myneHeeren ’t Vonnis a cjuo ten diffinitiven repa-rabel , fullen partyen renvoyeren voor dcRechters a quibus.

C X II.

■ Dat alle Appellatien fullen moeten ge-daen worden by de partyen die pretende-ren gegraveert te zyn , oft bv hunne Pro-cureurs j ende dat voor ’t Gerecht aldaer