Druckschrift 
2 (1762)
Entstehung
Seite
138
Einzelbild herunterladen
 

*3 8 Drooghe ende natte Maeten.

Maeten van Careel , Ticbelen , Forflen , Blauu>Steenkens, Klinckfiert , (ÿ- f .

T"\E Vorme van de Careei-mate is nf duymetiIa "S h j breedt si duymen, min § deel vaneenen duym , dick duymen.

De Dack-tichelen moeten hebben de lenghdevan eenen voet Bruflels, 6 . duymen breedt,ende hunne behoorlycke dickte.

De Vorften, eenen Stadts-voet langh, endebehoorlyck overfpannen.

De Horen-boom-tichelen, eenen Stadts-voetlangh.

De Feneelen, eenen voet int vier-kant, be-hoorlyck gekroont.

De breede Panne-tichelen, 6 . Stadts-duymenvier-kant, ende eenen duym dick.

Den dobbelen Turnhout, 5. duymen vierkant,ende 14 duym dick.

De blamve ende roode Plotnpen, oft Steen»kens, 7. duymen langh, 3. duymen breedt,ende a. duymen dick.

Den Klinckaert, oft Klaren-fteen, 71 duymenlangh, 34 duymen breedt, met fyn behoorlyckedickte.

De Latre langh 5 voeten, gekloven uyt herdthont, fonder eenigh l'peck in te hebben.

MAETE VAN DE GRANEN:

Met de welcke de Terwe y Regge 5 ( uyt geno-men de Haver oft Evene ) gemeten wortbinnen de onder-fchreven Plaetfen , geredu-ceert op den voet van Brujfel.

D E meefte Maete van het Koren wordt ge-noemt een Lad, welcken Lad men rekentte weien de groote # van 24. Haringh-ïonnen,