7 S Van T rivât en 5 oft Heymelycklieden.men, het en ware datter Brieven waten ter con.trarien.
LXXVI.
Als eenen gemeynen Privaet-kelder geruymtende fchoon gemaeckt is, magh den genen diehet belieft ( foo verre het felve gevoegelyck kangefchieden ) het felve Privaet t’ fynen kofte on-der in de raiddelt van de Voûte oft Welfsel doentoe metfen met eenen lichten Muer, ten minften’van voets dickte, ende fcheyden den Privaet-kelder van malkanderen, foo dat elck iÿn geriefvan het Privaet houden magh voor fyn felvenalleen j in welcken gevalle ieder van hen van danvoort-aen ’t iynen kofie fynen Privaet-kelder moetonder-houden, kuyffchen, ende ruymen , doorende over fyns felfs Huys ende Erfve, het enware dàt eenige Tytels oft Befcheeden anders be-thoonden,
LXXV1I.
Soo wie on-geftopte Putten, Tonnen , oft Pri-vateri wilt maken, fal de felve moeten fetten vyfvoeten, in oft binnen fyn eygen Erfve, ende defelve foo wel verfien, dat fyne gebueren in hun-ne Goeden , Mueren, oft Fondamenten daerdoor niet befchadight en worden. Ende oft even-wel alfulcke Putten eenigh on-gerief van ftanckin der gebueren Eet-kameren, Slaep-kameren ,oft Keuckenen'veroorfaeckten, foo fullen de felvePutten oft on-geftopte Heymèlyckheden moetengewelft oft bedeckt worden: maer foo wie opfyne Erfve eenige Sterf-putte wilt maken, omdaer fyne Erfve laten in te loopen , ende alfoote verliefen, fal de felve van fyns gebueren Erfvemoeten fetten ten minften thien voeten.